zondag 26 december 2010

Vooral avond- en weekendopleidingen populair aan Lessius Mechelen

Verpleegkunde en lerarenopleiding stijgen het sterkst 

Mechelen - De opleidingen voor verplegers en leraars zitten in de lift. Aan de hogeschool Lessius Mechelen zijn deze opleidingen dit academiejaar het sterkst gestegen. Opvallend is dat vooral de avond- en weekendopleidingen populair zijn.

In het avond- en weekend onderwijs is de opleiding lager onderwijs met 22,8 procent gestegen, verpleegkunde met maar liefst 31,9 procent. Bij de lerarenopleiding wint vooral het lager onderwijs aan populariteit, de opleiding trekt 11,4 procent meer studenten aan. De bachelor in de verpleegkunde heeft een groei van 13,1 procent.

Werkzekerheid speelt volgens Piet Bloemen, directeur van de lerarenopleiding, een heel belangrijke rol. “Studenten weten dat leraar een knelpuntberoep is. De keuze voor een job in het onderwijs ligt voor de hand als je werkzekerheid wenst. De aantrekkelijkheid van beide beroepen is gestegen de laatste jaren, de verloning van zowel leerkrachten als verplegers is verbeterd.” 

De laagconjunctuur in de bedrijfswereld speelt ook een rol bij de stijging. “Mensen die werkloos zijn geworden, gaan zich heropleiden. De crisis is dus een niet te onderschatten oorzaak voor de groei in het avondonderwijs”, vertelt Bloemen.

Birgit Beniest (33) studeert voor leraar lager onderwijs in de avond- en weekendopleiding. Ze hoopt haar beroep te kunnen combineren met haar gezinsleven. “Ik had al een diploma communicatiebeheer, maar de jobs waar ik in terechtkwam maakten me niet gelukkig. Daarom besloot ik een nieuwe richting in te slaan om zo een job te vinden die ik bevredigend genoeg vond en die ik kon combineren met de opvoeding van mijn kinderen.” Door de lerarenopleiding in avondschool te volgen kan ze haar studie al op tweeënhalf jaar afmaken en ondertussen blijven werken. “Dat er aan Lessius Mechelen avond- en weekendmogelijkheden zijn, gaf voor mij de doorslag om in Mechelen te studeren. Dit aanbod heb ik niet gevonden in Antwerpen en omstreken. Dat de job werkzekerheid garandeert is ook een pluspunt.”

Dankzij het aanbod van avond- en weekendonderwijs is een verdere groei dus een mogelijkheid. Toch relativeert Bloemen de stijgende cijfers enigszins: “De groei van de lerarenopleiding en de verplegeropleiding is conjunctureel, deze opleidingen stijgen in alle hogescholen.” 

Toch is de stijging bij Lessius Mechelen iets groter dan bij andere hogescholen. Dat komt voor een deel door het avondonderwijs, maar ook door de brugopleiding die wordt aangeboden bij de bacheloropleiding in de verpleegkunde: studenten met een A2-diploma kunnen op deze manier een A1-diploma halen. Volgens Bloemen trekt Lessius Mechelen op deze manier veel studenten aan. 

De stijging van de opleiding Verpleegkunde is belangrijk voor de Mechelse hogeschool, de opleiding is namelijk vrij nieuw, tien jaar geleden verhuisde de opleiding van Duffel naar de campus in Mechelen. “In het begin was het moeilijk om onze opleiding te promoten bij de Mechelse studenten. Ze dachten dat ze voor de verplegeropleiding naar onze dichtstbijzijnde concurrent Lier moesten. De laatste jaren hebben we geprobeerd de zichtbaarheid van de opleiding te vergroten. Op acht jaar tijd zijn we vier keer zo groot geworden, dus dat is wel gelukt”, verduidelijkt Piet Bloemen.

dinsdag 14 december 2010

Bosnische oorlog dwingt Adis Jelaskovic (26) drie keer te verhuizen

“Als het communisme nog bestond leefde ik nu in Bosnië”

De Bosnische moslim Adis Jelaskovic werd in 1984 geboren in Alipasin, een deelgemeente van Sarajevo. Tijdens de Bosnische oorlog vluchtte hij met zijn moeder het land uit.

4 mei 1980: Tito, de man die Ex-Joegoslavië vanaf de tweede wereldoorlog leidde, sterft op 88-jarige leeftijd. Hij vaarde een eigen koers tijdens het communisme. Onder zijn leiding was Joegoslavië onpartijdig ten opzichte van de wereldpolitiek. In tegenstelling tot de Sovjets hadden Joegoslaven meer vrijheid. “Als je mij nu vraagt naar mijn identiteit zal ik niet zeggen dat ik moslim ben. Ik beschouw mezelf als communist. Bij Tito was het simpel, als ik een huis en twee auto’s heb, dan heeft iedereen dat,” vertelt Adis.

Tito was dus een geliefd leider, maar als je stalinistisch, nationalistisch of fascistisch was kon je beter niet in Joegoslavië leven. Andersdenkenden werden opgesloten in de gevangenis van Goli Otok, een eiland langs de Adriatische Zee. De gevangenis sloot zijn deuren in 1988, al de gevangenen die er al jaren op ideeën broedden gingen vrijuit. Daar zaten ook nationalistische Serviërs bij. “Toen Tito dood was, kwamen gevangenen met het idee om onafhankelijk te worden en een soort Groot-Servië te stichten. Misschien had Tito de gevangenen beter vermoord, dan waren die nationalisten niet vrijgekomen,” zegt Adis, “moest het communisme nog bestaan, dan zou er waarschijnlijk geen oorlog zijn geweest. Dan zou ik nu nog in Bosnië zijn, dan zaten we allemaal nog in ons mooi land.”

Maar oorlog kwam er. Het uiteenvallen van de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië was onvermijdelijk. De Koude Oorlog verzwakte en nationalistische en separatistische ideologieën stegen sinds de jaren ’80. De meerderheid van de Bosnische bevolking koos op 1 maart 1992 voor de onafhankelijkheid. Hoewel de meeste Bosnische Serviërs ertegen waren riep Bosnië en Herzegovina de onafhankelijkheid uit op 5 april 1992. Het startschot voor de Serviërs om aan het bloedvergieten te beginnen. “De dag dat de oorlog begon herinner ik me nog goed. Ik was thuis en hoorde geweerschoten. Toch ben ik die dag met mijn vader pasfoto’s gaan nemen. Het drong nog niet tot ons door dat de oorlog was begonnen. Mijn moeder dacht dat het maar twee weken ging duren.”

Als gevolg van de oorlog was de vooroorlogse bevolking met 64 procent verminderd tegen 1995. Hetzij door de dood, hetzij door migratie. Adis heeft het geluk gehad dat hij in augustus 1992 samen met zijn moeder is kunnen vluchten naar München, Duitsland. Zijn vader was chauffeur van de eerste minister dus hij kon het land niet meteen verlaten. “Na München gingen we naar een asielcentrum voor Bosniërs in Schwäbisch Gmünd, in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Nog later zijn we dicht bij mijn school gaan wonen. In 1994 is mijn vader naar Duitsland gekomen. Na zijn komst is mijn zus geboren. Hij vertelde ons over dode buren en kennissen. De oom van mijn moeder is weggevoerd en nooit teruggevonden, waarschijnlijk ligt hij ergens in een massagraf.”

In 1995 eindigde de Bosnische oorlog met het Verdrag van Dayton. In het verdrag werd beslist dat Bosnië en Herzegovina uit twee afzonderlijke delen zou gaan bestaan: de Republiek Srpska en de Federatie van Bosnië en Herzegovina. Adis en zijn familie mochten niet in Duitsland blijven. “We hadden een contract getekend dat zodra de oorlog voorbij was, we terug naar ons thuisland moesten. Maar in Duitsland was het goed wonen, ik had er zowel Duitse als buitenlandse vrienden. Bosnië was ik zelfs al een beetje vergeten. Mijn moeder kreeg een job als verpleegster aangeboden en had dus de kans om in Duitsland te blijven. Maar in mei 1996 zijn we dan toch teruggekeerd, mijn familie wou terug naar ons moederland.”

Het communistische systeem omzetten naar een Westers kapitalistisch systeem was voor de Oostbloklanden en de Balkan al moeilijk. Voor Bosnië en Herzegovina kwam daar dan ook nog eens de wederopbouw na de oorlog bij. “Tegen mijn wil heb ik Duitsland verlaten en dan kom je in een land waar alles verwoest is. Het beeld dat ik voor ogen heb kan ik het best vergelijken met een spookstad.”

Na de oorlog was er geen geld meer in Bosnië. Vijf jaar na de terugkeer van Adis en zijn familie naar hun thuisland was het tijd voor België. “Mijn moeder kon het niet meer aan, ze werkte voor 200 euro in de maand als verpleegster. Een vriendin van mijn moeder zei tegen haar dat België vreemdelingen accepteerde. We zijn heel plots vertrokken, ik heb van niemand afscheid kunnen nemen. Ik was net 17 geworden en het was tijd voor een derde verhuis richting België.”

Eén gebeurtenis uit de oorlog zal Adis nooit vergeten. “Ik was buiten en plots hoorde ik een knal. Ik hoorde iets vallen en ging kijken, het was een kogel. Onze huizen daar hebben allemaal hekken, die kogel is waarschijnlijk tegen één van die hekken gekaatst en dan op de grond gevallen. Met een verschil van een meter had de kogel mij evengoed kunnen raken, dan zat ik hier nu niet.” Toch denkt hij niet vaak meer aan de oorlog, hij leeft van dag tot dag, in het verleden leven heeft geen zin. Hij is blij dat hij nog op zijn benen staat. Mentaal heeft hij dus geen last meer van de oorlog, maar fysiek zal hij altijd de littekens dragen. Tijdens de oorlog heeft hij granaatsplinters tegen zijn knie gekregen.

Wat wel nog steekt bij Adis is dat Bosnië nog steeds een verdeeld land is. “Wij moeten één land hebben, je kan niet eeuwig leven in een land met drie verschillende groeperingen. Servië en Kroatië hebben al een eigen land, waarom gunnen ze ons dat ook niet? Eigenlijk lijkt Bosnië wel op België. Wij hebben één land, drie naties, drie regeringen, drie legers en drie soorten politie. Zelfs het geschrift is anders in de Republika Srpska.”

Adis woont nu negen jaar in België. Voorlopig moet hij het met een legitimatiebewijs van het vreemdelingenregister doen, pas binnen drie jaar kan hij een Belgische identiteitskaart aanvragen. Ondertussen werkt hij in de diamantsector in Antwerpen. “Ik ben heel blij met de dingen die ik nu doe en met de mensen die ik ken. De oorlog is nu slechts een herinnering, binnen 20 à 30 jaar ga ik mijn verhaal vertellen tegen mijn kinderen en kleinkinderen net zoals mijn opa dat bij mij heeft gedaan over de tweede wereldoorlog.”

dinsdag 7 december 2010

Kelli Van Hees: van modejournaliste tot winkeldiva

“Schrijven doe ik nu voor de fun”

  
Kelli Van Hees (29),  ex-studente journalistiek aan de Katholieke Hogeschool Mechelen, heeft eindelijk haar droomjob gevonden. Lily, haar winkel in Mechelen is amper een jaar oud en heeft al een nieuwe locatie gekregen. In de zoektocht naar haar ideale beroep kwam ze eerst terecht in de journalistiek. Een groot deel van die journalistieke carrière bracht ze door als modejournaliste bij het BV-blad Story.

Kelli heeft altijd al willen schrijven. Toen ze jonger was won ze altijd opstelwedstrijden. Journalistiek studeren was dus een logische stap. 

Stage bij Elle: perfect voor een modejournaliste

“In mijn afstudeerjaar deed ik mijn stage bij het modemagazine Elle. Dat was de perfecte stageplaats, want ik wou altijd al modejournalistiek doen.
Voor een persreis ben ik naar Barcelona geweest en in Parijs heb ik een hotel gerecenseerd. Mijn stage beviel me zo dat ik er na mijn studies verder heb gewerkt als freelance journalist. Jammer genoeg waren ze heel slordig met betalingen, dat was voor mij de reden om er na een jaar te stoppen. Ik wou meer zekerheid."

Die zekerheid kreeg ze bij Story. Daar heeft ze in totaal zes jaar gewerkt, voor ze haar winkeltje opende. 

Looking for a bitch?

“In eerste instantie wou ik helemaal niet bij Story gaan werken. Maar na een poging kantoorwerk, voelde ik dat dat niets voor mij was. Ik heb bijna letterlijk naar elk magazine een sollicitatiebrief gestuurd. In mijn sollicitatie naar Story stond niet veel meer dan ‘Looking for a bitch?’. Ik moest opvallen en dat is me ook gelukt want een dag later belde Story me op. Ik mocht meteen beginnen.”

“Mode, glamour en Hollywood. Daar schreef ik over bij Story. In de oude Story had je het Glamourama-team met styliste Iske Olliviers en make-up van televisiefiguur Kelly Pfaff. Mijn taak was om alles te regelen en de artikels te schrijven. Elke week waren er acht pagina’s mode met een Hollywood pagina. Dat vond ik echt leuk om te doen, maar de samenwerking met diva’s als Kelly Pfaff beviel me niet echt. Wij zaten niet op dezelfde golflengte. Ze deed vaak neerbuigend tegen mij over mijn kledingstijl, omdat ze van zichzelf dacht dat ze fashion was. Veel kon ik er niet aan doen, want Kelly Pfaff verkoopt en daar ga je niet tegen in.”

“Voor de soap Mooi en Meedogenloos ben ik een week naar Los Angeles gegaan. Dat ik naar L.A. kon vond ik echt super. Zo zijn er bij Story een aantal leuke tripjes geweest. Toen Kelly Pfaff er nog werkte, werd er veel geld uitgegeven aan die modereisjes. We zijn toen een week naar Ibiza geweest, voor één modereportage te maken. Bij de Story werken had dus absoluut zijn toffe kanten. Naar Ibiza gaan en een beetje schrijven, dat is niet mis.”

Patrick Dempsey rubbed my tummy!

Story is dan wel een BV-blad, Hollywood krijgt ook een plek in het magazine. Kelli heeft daardoor de kans gekregen om zowel internationale vedettes als sterren van bij ons te ontmoeten. 

“Het liefst deed ik de Hollywood-pagina’s, zoals de award-shows. Bij Story heb ik heel leuke dingen mogen doen.  In Cannes heb ik de Amerikaanse actrice Eva Longoria mogen interviewen. Patrick Dempsey, de Amerikaanse acteur van de hitserie Grey’s Anatomy, was de aantrekkelijkste ster die ik heb geïnterviewd. Het toppunt was toch wel dat hij mijn buik gestreeld heeft. Hij was net papa geworden en ik was toen zwanger, dat schepte een soort band. Toch vielen de zenuwen toen wel mee. Bij de Nederlandse topchef Sergio Herman was ik wel starstruck. Hij kwam heel intimiderend over, hem interviewen was moeilijk. Zijn vrouw Ellemieke was er ook bij, want het was hun eerste dubbelinterview in de Vlaamse media. Thomas Siffer verwachtte dus dat ik hét artikel van de week zou inleveren. Door mijn zenuwen heb ik de verwachting van Siffer niet kunnen waarmaken.”

Thomas Siffer:  een wervelwind

Thomas Siffer, de huidige hoofdredacteur van Story, kwam ongeveer drie jaar geleden in the picture. Voor hij bij Story begon schreef hij voor het weekblad Flair columns en tot 2001 was hij de hoofdredacteur van mannenblad Menzo. In de audiovisuele media is hij ook geen onbekende want hij presenteerde samen met Joyce De Troch het datingprogramma ‘Ideale Maten’ op VT4. Kelli heeft veel respect voor hem.

 “Hij heeft het Glamourama-team weggebonjourd. Dus toen werd ik verantwoordelijk voor het mode-gedeelte in het blad. Siffer is geen makkelijke man, hij verwacht veel van je. Hij wil echt dat je volledig met je hart bij Story zit. Maar hij heeft wel het beste voor met zijn personeel. Hij was ook een heel gedreven man: wanneer hij binnenkwam op het bureau, was hij echt als een wervelwind.”

Thomas Siffer heeft geprobeerd om de Story te verjongen, te vernieuwen. Hij wou het blad ook iets mannelijker maken, iets wat hij heeft overgehouden aan Menzo?

 “Wat hij heeft geprobeerd met de nieuwe Story vind ik heel lovenswaardig. Vier jaar geleden was Story nog een oubollig boekje, waardoor de verkoop achteruit ging. Zijn poging om Story te veranderen is volgens mij echt gelukt. De Story is een sprankelend en jong magazine geworden.”

Story was maar tijdelijk

Kelli is blij dat ze voor Story heeft gewerkt, maar ze is anderzijds ook blij dat ze er niet meer werkt. Haar droomjob is veranderd, ze wil op eigen benen staan.

“Ik heb altijd bij Story gewerkt met het idee dat het tijdelijk was, in afwachting van mijn droomjob. Die kwam maar niet en van de BV’s had ik ook genoeg. Dat wereldje is heel intrigerend als je het net leert kennen, maar uiteindelijk zijn BV’s ook maar mensen. Zo veel hebben ze niet te vertellen.”

“Tijdens mijn interviews was ik niet meer scherp, ik deed het tegen mijn zin. Siffer wist dat ik een goede, frisse tekst kon schrijven, daarom wou hij dat ik meer interviews deed. Ik schrijf heel graag, maar BV’s interviewen doe ik niet graag. Ik was echt op, en ik wou iets anders doen. Er kwam een klein pandje vrij in de Onze-Lieve-Vrouwestraat in Mechelen en dan hebben mijn man en ik ons winkeltje, Lily, geopend.”

Lily’s World 

Kelli creëert echt een eigen wereldje rond Lily. Lily is niet enkel een winkel, het is ook een personage. Haar klanten noemt ze Lily-ettes en op haar facebookpagina en haar blog spreekt ze hen ook persoonlijk aan. Ze organiseert workshops in de winkel zoals fashion-cupcakes bakken in de vorm van bijvoorbeeld naaldhakken. Haar droomjob heeft ze nu wel gevonden.

“Schrijven mis ik wel, maar dat probeer ik met het concept Lily op te lossen. Op Lily’s blog en facebookpagina blijf ik creatief bezig. Graag zou ik een mini-magazine rond Lily en shoppen in Mechelen willen maken. Op de Belgische markt is er nog altijd geen enkel week- of maandblad dat ik echt super vind. Daarom dacht ik: ik maak zelf zo’n magazine. Maar meer kan ik er nog niet over zeggen. Schrijven is nu eerder voor de fun.”